Handreiking kwaliteitswijn

 

2 De druivenrassen

Johanniter en solaris zijn beide recent ontwikkelde witte druivenrassen, bedoeld voor een duurzame wijnbouw. Ze zijn beide veel minder gevoelig voor schimmelziektes, zodat er in de wijngaard wezenlijk minder bestrijdingsmiddel gebruikt hoeft te worden dan in de traditionele druiventeelt. Beide rassen zijn ontwikkeld in Duitsland, door het Staatliche Weinbauinstitut te Freiburg, en ook de teelt wordt door dit instituut bijgehouden. Wanneer je de rassen wilt aanplanten zul je een contract moeten aangaan met dit instituut; je committeert je daarmee bijvoorbeeld om je oogstgegevens jaarlijks naar Freiburg op te sturen. Ook snoeiwijze, afstanden van de stokken in de rij en breedte tussen de rijen onderling dienen te worden opgegeven.

 

Riesling, pinot gris, chasselas

Johanniter en solaris hebben in hun stamboom een aantal dezelfde voorouders. De riesling is daarin goed vertegenwoordigd (bij johanniter is riesling zelfs de volle moeder, dus de helft van de hele genetische achtergrond), evenals de pinot gris en de chasselas – in Zwitserland bekend als de fendant. Resistentie is ingekweekt via wilde Amerikaanse of in het geval van solaris wilde Chinese kruisingspartners. Deze wilde soorten maken dat de rassen niet alleen een grotere resistentie hebben tegen schimmels, de rassen zullen en passant ook veel eerder afrijpen dan de traditionele soorten. We noemden dit reeds in hoofdstuk 1. Een johanniter rijpt in Nederland, ook boven de rivieren probleemloos af (tot medio oktober); een riesling, de moeder van de johanniter niet. Solaris is zelfs erg vroeg rijp: de stok is begin tot medio september klaar voor de oogst – met een vaak zeer hoog suikergehalte, en zonder verlies aan de gewenste zuren. Een andere eigenschap die met name solaris tot een lieveling in de wijngaard maakt is zijn opvallend goede weerstand tegen schimmels. Tegen valse meeldauw hoeft niet vaak opgetreden te worden, tegen echte meeldauw helemaal niet.

 

De wijnen

Al hebben de johanniter en de solaris de meerwaarde van hun verhoogde resistentie: beide druivenrassen zijn in laatste instantie toch compromisloos gekweekt op wijnkwaliteit - talloze malen gründlich onderzocht, gedocumenteerd en gewaarborgd, al ver voordat de soorten toestemming kregen om de kwalitatief hoogwaardige Duitse wijngaarden mede te mogen bevolken.

 

Johanniterwijn

Johanniter laat qua wijnstijl een vrij uitgesproken rieslingkarakter toe, wanneer hij op een ‘rieslingwijze’, dat wil zeggen zonder appel-melkzuurgisting wordt gevinificeerd. De wijn behoudt dan zeker een deel van zijn appelzuur. Met juist wèl zo’n omzetting van het appelzuur in melkzuur kan het voorouderschap van de pinot gris, of ook dat van de chasselas vaak goed herkend worden. De johanniterwijn kan bij compleet droge, en op authenticiteit gerichte vinificatie, in de afdronk soms een decent grapefruit-bittertje hebben, zoals ook van Duitse rieslings op löss en leem bekend is. Of ook van een goede Oostenrijkse grüne veltliner. Het bittertje kan desgewenst (maar wie wil dat?) worden ‘bijgeslepen’ met een gram of drie, vier restzoet. De wijn blijft dan droog. Ook meer uitgesproken restzoete johanniters zijn op karaktervolle wijze mogelijk – wederom geldt de vergelijking met riesling.

 

Wijn van Solaris

De solaris geeft een meer neutrale wijn – qua smaakimpressie meer richting bijvoorbeeld chardonnay. De wijn laat zich mede daarom tevens met succes op barrique opvoeden. De afdronk wordt wel beschreven als hazelnoot- of ananas-achtig. Solariswijnen zijn vaak krachtig, en alcoholischer dan johanniterwijnen. Omdat de solarisdruif al in de eerste helft september rijp is voor de oogst, is met name deze soort geschikt om nog wat langer aan de struik te hangen: een vroege rijping kan gebruikt worden voor een lange rijping. Solaris heeft vanwege deze eigenschap ook zeker de mogelijkheden in zich van bijvoorbeeld een behandeling als strowijn. De volrijpe trossen worden dan op stro gelegd waar ze deels indrogen, en waarmee hun suikers en ook de aroma’s en smaakstoffen des te geconcentreerder worden. Solaris wordt vanwege zijn vroege beschikbaarheid in Duitsland, maar inmiddels ook in Nederland, graag gebruikt voor een Federweißer – een wijnstijl waarbij een nog gistende blanke most met reeds een procent of vijf alcohol, in een half open fles (tegen het exploderen) wordt gebotteld. Traditioneel vooral met de bijbehorende Zwiebelkuchen, bij het vieren van de nieuwe oogst.  

 

Het huwelijk

Johanniter en solaris zijn zeer goede mengpartners van elkaar. Veel Nederlandse wijngaarden met johanniter hebben mede om die reden tevens solaris staan – en omgekeerd. Het is per jaargang te beslissen of de wijnen winnen aan dit ‘huwelijk’. In sommige jaren, bij sommige wijnstijlen hebben de individuen zoveel eigenheid en karakter dat een blend, puur vanuit oogpunt van kwaliteit zondermeer jammer zou zijn.

 

Nadere eigenschappen van de beide soorten komen in de loop van deze bladzijden, al doende aan de orde. Voor literatuur over de soorten zie Basler en Pfenniger (z.j.) en ook Becker (z.j.) in de literatuurlijst achterin dit boek.       

 

 

 

copyright (c) 2009 Jet Wester

 

www.wijnbouwboeken.nl | Dionysos Publishing on demand | copyright (c) Jet Wester 2009 | kwaliteitswijn@gmail.com