Handreiking kwaliteitswijn
1 Het klimaat
Er wordt vaak gezegd dat ons land met name vanwege de klimaatverandering bezig is een wijnland te worden. Op termijn kan dat waar zijn, maar voorlopig is het samen oplopen van wijnbouw en opwarming bij ons, hoe wonderlijk dat ook moge klinken, domweg toeval. De nieuwe, schimmeltolerante druivenrassen die het hier goed doen en die de reden zijn voor de huidige wijnbouwexplosie, rijpen gemiddeld een week of drie eerder af dan de traditionele soorten. En het is deze vroege rijping, en niet de klimaatverandering die ons land vandaag voor de wijnbouw geschikt maakt.
In dat licht bezien heeft ‘onze’ huidige wijnbouw de klimaatverandering dus niet nodig. Sterker nog: in zeker opzicht doen de veranderingen meer kwaad dan goed. Wanneer je de nieuwe klimaatmodellen van het KNMI beschouwt, zie je als voornaamste eigenschap van de nieuwe tijd: pieken en dalen. Pieken in droogte worden afgewisseld door perioden van veel grotere natheid dan we in ons land gewend waren, en ook pieken in temperatuur brengen noodzakelijk hun dalen met zich mee. En zulke natheid, droogte en ook onregelmatigheid in temperatuur zijn inderdaad niet de dingen waar de wijnbouw – of de fruitteelt in het algemeen – op zit te wachten. Denk maar aan de ramp van een late nachtvorstschade, in een ‘te vroeg’ begonnen voorjaar. Of aan de inmiddels beruchte hagelbuien, die de grote omslagen in temperatuur steeds vaker lijken te begeleiden.
De toekomst
Het curieuze, misschien zelfs verwarrende feit doet zich echter voor dat voor de toekomst, de klimaatverandering wel degelijk een rol kan gaan spelen. Het zou heel goed kunnen dat de moderne, schimmeltolerante rassen die nu in zwang zijn, in de nabije toekomst ingehaald worden door meer traditionele soorten. Zoals men in de Bourgogne vreest dat door de opwarming, hun geliefde pinot noir er ‘naar boven’ uit zal groeien, en uiteindelijk driehonderd kilometer noordelijker zijn plek zal moeten vinden, kunnen we in ons land juist hopen dat beroemde rassen als riesling en de pinots het bij ons goed gaan doen. Er zouden dan, meeliftend op de klimaatverandering, schimmelresistente klonen van deze rassen ontwikkeld kunnen worden die ook boven de rivieren in Nederland met succes geteeld kunnen worden (Van Druenen (2009)).
Dat zou betekenen dat het wijnbouwareaal in Nederland over pakweg een jaar of vijftien, twintig vervangen of opnieuw geënt zou moeten worden – en er in de toekomst een eersteklas riesling zal groeien op de heuvelen van de Veluwezoom.
Is dat een fijn vooruitzicht? Commercieel gezien waarschijnlijk wel. Voor de verkoop blijken de namen van de druivensoorten er toch veel toe te doen, en een chardonnay of riesling van eigen bodem zal eenvoudiger ‘in de markt gezet’ kunnen worden dan een solaris of een johanniter. Resultaten in omliggende landen, waar zowel de traditionele als de nieuwe soorten verbouwd worden bevestigen dit. Men kiest graag voor het bekende en het gevaar bestaat dat, zeker in vergelijk daarmee de onbekende soorten tot een nichemarkt veroordeeld zullen blijven. Dat is één ding. Echter: wij willen ons hier, op deze bladzijden, bezighouden met kwaliteit - en niet met populaire namen of commercie. En puur kwalitatief gezien – talrijke onderzoeken en statistieken bevestigen dit – is er waarachtig niets mis met een topjohanniter, of een Spitzensolaris. Het zijn soorten die in blinde proeverijen vaak niet alleen goed mee kunnen komen: meer dan eens gaan ze ook nog 'even' met de prijzen aan de haal (Becker (z.j.)).
Wanneer johanniter en solaris op termijn inderdaad ingelopen worden door populaire traditionele rassen, is de eerste soort die voor de bijl zou gaan waarschijnlijk de solaris. Het mes snijdt immers aan twee kanten. Een belangrijke opwarming zal de roep om traditionele namen versterken – en tegelijkertijd zal als eerste de steeds vroeger rijpe solaris, vanwege diezelfde opwarming richting Scandinavië worden weggedrukt. Dit toekomstbeeld is wat ons betreft echter geen enkele reden om kopschuw te worden van de aanplant van de soort. Je zou jezelf daarmee als wijnbouwer, in elk geval voor de komende jaren nog ernstig tekort doen.
De meest nabije toekomst vraagt voor solaris hoogstens om een oplossing voor het wespenprobleem. Voor de hand ligt een fijnmazig zijbespanningsnet, zoals veel wijnbouwers nu al gebruiken; voor details zie hoofdstuk 18.
copyright (c) 2009 Jet Wester
|